![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
![]() |
![]() Lucifer's verboden vruchten:part2 rehabiliteit van Lucifer
|
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
Home | voorwoord | Lucifer rising | waarheid van Lucifer | rehabiliteit van Lucifer | Lucifer the bright angel | doubt | Lucifer's testament | spawn of Lucifer | 666 | sferen | thoughts about god | truth | truth 2 | truth about christianity | truth about fallen angels | the end is near | good/evil | linken
|
![]() |
|||
![]() |
![]() |
||||
![]() |
![]() |
DE REHABILITATIE VAN LUCIFER. Wie kent hem niet? Lucifer, de morgenster, zoon van de dageraad. Ooit was hij een paradijswezen, bekleedt met gewaden van
wijsheid en macht, totdat hij viel in zonde en duisternis. Waarom is hij gevallen? Wie is hij werkelijk? Vragen die moeilijk te beantwoorden zijn, daar over hem vrijwel niets bekend
is. Hoewel er in films, boeken en stripverhalen veel over hem getheologiseerd en gefantaseerd wordt, is het hele circus rondom
zijn persoon gebaseerd op slechts enkele teksten uit de bijbel, hetgeen te weinig is om een karakterschets te maken. Daarom
zal ik in de eerste drie hoofdstukken voornamelijk de tegenstander van Lucifer behandelen. Over die tegenstander, Jahwe, de
god van Israël, is genoeg te vinden. Zijn personage is te vinden op vrijwel iedere bladzijde van de bijbel. Voor dat ik losbarst wil ik eerst een paar dingen heel duidelijk stellen. Ik ben mij terdege bewust van het feit dat de
titel die ik heb gekozen, veel mensen tegen de borst zal stoten. Geloof mij, de inhoud zal nog veel erger zijn, iedereen is
dus gewaarschuwd. Degene die niet kritisch over haar of zijn geloof wenst na te denken, raad ik aan niet verder te lezen.
Blasfemie is voor mij echter geen doel op zich. Laat dit voor iedereen duidelijk zijn! Ik heb de innerlijke overtuiging dat
georganiseerde religie een grote bedreiging vormt voor de wereld. Ik heb echter geen hekel aan christenen, ik heb vele vrienden
onder hen. Ik hoop dat de lezer dit kan scheiden! Naar mijn mening hebben de profeten, apostelen en priesters gerotzooid met de waarheid en hebben ze waarheid en leugen,
en goed en kwaad omgedraaid. Ik vermoed tevens dat Jezus Christus hier niet mee in het reine kwam en daardoor uiteindelijk
waanzinnig is geworden. Om een karakterschets van Jahwe te kunnen maken, ontkom ik niet aan een beperkte opsomming van Zijn woorden en daden, die
ongetwijfeld bij vele reeds bekend zijn. Ik kan helaas niet vermijden dat ik hierbij op sommige blasfemisch overkom. De god
van Israël is nou eenmaal geen lieverdje. Ik citeer uit de statenvertaling, behalve wanneer het taalgebruik te archaïsch wordt. In dat geval citeer ik uit de Willibrord
vertaling. Het oude testament is een geschrift dat door veel moderne christenen wordt gemeden. Natuurlijk kent men alle verhalen over
de zondeval, de toren van Babel en de zondvloed. Maar echt diep er in duiken doet men liever niet, hetgeen niet zo verwonderlijk
is daar Jahwe, de god van het oude testament, totaal niet voldoet aan het godsbeeld, dat men meent te kennen uit het nieuwe
testament. Jahwe is naar huidige menselijke maatstaven een megalomane tiran die in verschrikkelijke woede-uitbarstingen vervalt,
zodra er iets gebeurt wat Hem niet zint. Hele volkeren worden door Hem uitgeroeid, wanneer Zijn driftbuien de kop op steken.
Hier volgt één van de vele voorbeelden; 2 koningen 19 vers 35: ‘Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel
des HEEREN uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrie honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg
opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen.’ Daarnaast zet Hij de gehele wereld onder water, waardoor de gehele wereldbevolking verdrinkt, op Noach en zijn familie
na. En Hij vernietigt de steden Sodom en Gomorra, omdat de inwoners zich bezighouden met dingen die Hem niet aanstaan, zoals
prostitutie en homoseksualiteit. Er wordt genocide gepleegd in Zijn naam, door het volk van Israël, dat Hij heeft uitverkoren als Zijn favoriet; zie Jozua
6 vers 21: ‘En zij verbanden alles, wat in de stad was, van den man tot de vrouw toe, van het kind tot den oude, en
tot den os, en het klein vee, en den ezel, door de scherpte des zwaards.’ (Zie in dit verband ook, Richteren 3 vers
29, 12 vers 6, Esther 9 vers 10-16, 2 Kronieken 28 vers 6, Jozua 8 vers 24, et cetera.) Het volk van Israël krijgt van hogerhand wetten opgelegd en indien men deze wetten overtreedt zijn de gevolgen catastrofaal.
Zo doodt Jahwe in Numeri 25 vers 9 vierentwintigduizend mensen door middel van een plaag, omdat het volk van Israël andere
goden dient. In 2 Samuel 24 vers 15 sterven zeventigduizend onschuldige mensen aan een pestilentie omdat koning David een
volkstelling houdt, waar Jahwe het om onduidelijke redenen niet mee eens is. De straffen die de profeten en koningen zelf uitvoeren in opdracht van Jahwe liegen er ook niet om. Zo worden er mannen
en vrouwen gestenigd wegens overspel: Leviticus 20 vers 10: ‘Een man ook, die met iemands huisvrouw overspel zal gedaan
hebben, dewijl hij met zijns naasten vrouw overspel gedaan heeft, zal zekerlijk gedood worden, de overspeler en de overspeelster.’ Men wordt gestenigd wegens het overtreden van de sabbatsvoorschriften: Numeri 15 vers 32: ‘Als nu de kinderen Israëls
in de woestijn waren, zo vonden zij een man, hout lezende op den sabbatdag. En die hem vonden, hout lezende, brachten hem
tot Mozes, en tot Aaron, en tot de ganse vergadering. En zij stelden hem in bewaring; want het was niet verklaard, wat hem
gedaan zou worden. Zo zeide de HEERE tot Mozes: Die man zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem met stenen
stenigen buiten het leger. Toen bracht hem de ganse vergadering uit tot buiten het leger, en zij stenigden hem met stenen,
dat hij stierf, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.’ Ook voor homoseksualiteit (Leviticus 20 vers 13), het vervloeken van de ouders (Leviticus 20 vers 19), waarzeggerij en
spiritisme (Leviticus 20 vers 27) of diefstal wordt men gestenigd. In Jozua 7 vers 24 wordt een man, samen met zijn ‘onschuldige
kinderen en dieren’ gestenigd wegens diefstal: ‘En Jozua zeide: Hoe hebt gij ons beroerd? De HEERE zal u beroeren
te dezen dage! En gans Israël stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur, en zij overwierpen hen met stenen.’ Zelf op vloeken staat de doodstraf; Leviticus 24 vers 14: ‘Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen,
die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.’ Naast al de opgenoemde misdaden accepteert Jahwe mensenoffers. In Richteren 11 word een meisje door haar vader ten brandoffer
gebracht, in ruil voor een militaire overwinning. Slavernij wordt door Jahwe gesanctioneerd, wat duidelijk wordt als men Exodus 21 vers 1 leest: ‘Dit nu zijn de rechten,
die gij hun zult voorstellen. Als gij een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal
hij voor vrij uitgaan, om niet. Indien hij met zijn lijf ingekomen zal zijn, zo zal hij met zijn lijf uitgaan; indien hij
een getrouwd man was, zo zal zijn vrouw met hem uitgaan. Indien hem zijn heer een vrouw gegeven, en zij hem zonen of dochteren
gebaard zal hebben, zo zal de vrouw en haar kinderen haars heren zijn, en hij zal met zijn lijf uitgaan. Maar indien de knecht
ronduit zeggen zal: Ik heb mijn heer, mijn vrouw en mijn kinderen lief, ik wil niet vrij uitgaan; Zo zal hem zijn heer tot
de goden brengen, daarna zal hij hem aan de deur, of aan den post brengen; en zijn heer zal hem met een priem zijn oor doorboren,
en hij zal hem eeuwiglijk dienen. Wanneer nu iemand zijn dochter zal verkocht hebben tot een dienstmaagd, zo zal zij niet
uitgaan, gelijk de knechten uitgaan.Naast de legitimatie van slavernij, getuigt een tekst als deze ook van een uiterst misogyn
karakter. Jahwe en zijn priesters en profeten haten vrouwen, die in hun ogen lagere levensvormen zijn. Dit blijkt ook uit
Exodus 20 vers 17, waarin vrouwen worden gezien als bezit: ‘Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren
uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten
is.’ Naast het feit dat vrouwen door Jahwe en Zijn dienaren, gezien worden als tweederangs gebruiksvoorwerpen, worden ze voor
allerlei lichte vergrijpen, gestenigd, levend verbrand of doodgeslagen. Zie in dit verband deuteronomium 22 vers 20: ‘Maar
indien ditzelve woord waarachtig is, dat de maagd om aan de jonge dochter niet gevonden is; zo zullen zij deze jonge dochter
uitbrengen tot de deur van haars vaders huis, en de lieden harer stad zullen haar met stenen stenigen, dat zij sterve, omdat
zij een dwaasheid in Israël gedaan heeft, hoererende in haars vaders huis; zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen.’ Leviticus 21 vers 9: ‘Als nu de dochter van enigen priester zal beginnen te hoereren, zij ontheiligt haar vader;
met vuur zal zij verbrand worden.’ Één van de meest grievende voorbeelden van vrouwonvriendelijk gedrag, vindt men in Genesis 19 vers 1 tot en met 8, waarin
twee engelen Sodom bezoeken om Lot en zijn gezin te waarschuwen, vanwege de naderende ondergang van de stad. Jahwe wil de
stad vernietigen omdat de inwoners zich bezighouden met prostitutie en homoseksualiteit. Voor het huis van Lot verzameld zich
een menigte van hitsige mannen, die seksuele omgang willen met de twee gasten van Lot, waarop Lot zegt: ‘Doe toch geen
kwaad broeders. Luister eens; ik heb twee dochters, die nog nooit bij een man zijn geweest. Die wil ik wel naar buiten brengen;
dan kunnen jullie met haar doen wat je wilt maar laat die mannen met rust, want zij staan onder de bescherming van mijn huis.’ Dit is de man, die Jahwe wil sparen vanwege zijn ‘onberispelijke’ gedrag; een man die zijn dochters aanbiedt
aan een bende verkrachters De dochters van Lot zijn overigens niet zo onschuldig als men zou denken. Na de vernietiging van
Sodom woont Lot met zijn dochters in een grot. Na een lange tijd in de grot te hebben vertoefd, begint het bij de beide meisjes
te kriebelen in de onderbuik. Ze willen graag kinderen, en de enige man die hun kinderwens in vervulling kan laten gaan is
hun vader. Met veel wijn weten ze hem te verleiden tot een vrijpartij. Vreemde god is Jahwe; hij haat hoeren en homo’s, maar sanctioneert incest en het aanbieden van dochters voor een
gangrape. In richteren 19 vers 22 staat trouwens een bijna identiek verhaal. Hier wordt een vrouw door een lafaard naar buiten
gesmeten, waar ze wordt verkracht door de ‘kinderen Belials’. Als ze s’morgensvroeg dood voor het huis ligt,
wordt ze door haar man in twaalf stukken gehakt. Niet alleen vrouwen worden onderdrukt en geminacht, ook mensen met een lichamelijke handicap worden gediscrimineerd. Leviticus
21 vers 16: ‘En de HEERE sprak tot Mozes aldus: ‘Spreek tot Aaron, zeggende: Niemand uit uw zaad, naar hun geslachten,
in wien een gebrek zal zijn, zal naderen, om de spijze zijns Gods te offeren. Want geen man, in wien een gebrek zal zijn,
zal naderen, hij zij een blind man, of kreupel, of te kort, of te lang in leden; Of een man, in wien een breuk des voets,
of een breuk der hand zal zijn; Of die bultachtig, of dwergachtig zal zijn, of een vel op zijn oog zal hebben, of droge schurftheid,
of etterige schurftheid, of die geschonden zal zijn aan de geslachtsdelen.’ Dit is een kleine greep uit een groot aantal daden van een demiurg die naast het feit dat Hij een despoot is ook nog eens
een hoge borst opzet. Zo is Hij in Job 40 en 41 heel trots op de ‘Behemoth,’ een vraatzuchtig monster dat Hij
heeft gemaakt, en de ‘Leviathan,’ een voorwereldlijke, vuurspuwende draak. Het is interessant om de beschrijving
van de Leviathan, die vaak ten onrechte als krokodil vertaald wordt, te bestuderen. Leviathan doet hier denken aan Godzilla;
het beroemde monster uit de Japanse B-films, die hele steden in de as legt. In psalmen 104 vers 26 doet zich een liefelijk
tafereeltje voor waarin de Leviathan als een lief huisdiertje wordt beschreven dat speelt in de zee. De willibrordvertaling
beschrijft de Leviathan hier zelfs als speelgoed voor God: ‘Leviathan huist er, schepping van U, Gij kunt er mee spelen.’ In Jesaja 27 vers 1 lijkt de Leviathan zich echter tegen zijn schepper te hebben gekeerd: ‘Te dien dage zal de HEERE
met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja, den Leviathan, de kromme slomme
slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden.’ Vreemd is de trots van Jahwe op zijn Leviathan. Het doet mij denken aan de crimineel die opschept over zijn pitbullterriër,
die keert zich tenslotte ook vaak tegen zijn baas. Om een psychologisch profiel van Jahwe te kunnen creëren, voldoet het niet als we alleen Zijn omgang met de mens bestuderen.
We zullen ook moeten onderzoeken hoe Hij met zijn collega goden omgaat. Naast de omgang van Jahwe met andere goden zal ik
pogen het pantheon aan bizarre bovennatuurlijke wezens te beschrijven waar Jahwe mee te maken heeft. Wie in de bijbel gelooft en deze letterlijk wil nemen is, in tegenstelling tot wat men vaak denkt, verplicht om naast Jahwe
te geloven in het bestaan van vele andere goden. Zo staat in Jesaja 14 vers 12: ‘Ik klim naar de hemel, hoog boven Gods
sterren plaats ik mijn troon; zetelen zal ik op de berg waar de ‘goden’ samenkomen, op de hoogste toppen van de
Safon.’ In psalmen 82 vers 1 staat: ‘God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden.’
In psalmen 95 is Hij ‘een groot Koning boven alle goden.’ Zie ook Psalmen 136 vers 2 en 50 vers 1 waarin Hij ‘de
God der goden’ wordt genoemd. Psalmen 86 vers 8: ‘onder de goden is niemand U gelijk, oh Here,’ en Psalmen
97 vers 9: ‘Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden,’ of Psalmen 96 vers 4: ‘Hij is geducht boven alle
goden.’ In 2 koningen 1 is Ahazia, koning van Israël, ziek geworden door een val uit het venster van zijn paleis. Hij zendt hier
letterlijk boden naar Baäl-Zebub, god van Ekron, (Beëlzebul, de overste der duivelen waar, in het nieuwe testament over gesproken
wordt, is een verbastering van Baäl-Zebub) om te vragen of hij van zijn ziekte zal genezen. In deze tekst valt heel duidelijk
op dat Jahwe jaloers is en Baäl-Zebub als serieuze concurrentie beschouwt. Baäl-Zebub is hier een fysiek aanwezige god naar
wie je boden kunt sturen: ‘Zo spreekt Jahwe: ‘Is er soms geen God in Israël dat gij boden zendt om Baäl-Zebub,
de god van Ekron, te raadplegen?’ Voor degene die benieuwd is hoe dit verhaal afloopt; Ahazia geneest niet en sterft. Er zijn nog veel meer passages te vinden waarin op denigrerende toon wordt gesproken over Baäl en andere goden en godinnen,
zonder dat het bestaan ervan ontkent wordt. Zoals bijvoorbeeld in 1 koningen 18 waarin Elia de strijd aangaat met vierhonderd
vijftig priesters van Baäl. In de beroemde wedstrijd waarin Elia en de Baälpriesters strijd leveren om wie het eerst met behulp
van goddelijke interventie een altaar in de brand krijgt, wordt Baäl door Elia belachelijk gemaakt. Elia laat zijn altaar
zelfs overgieten met water. Elia wint de weddenschap en toont weinig sportiviteit door alle vierhonderd vijftig Baälpriesters
op wrede wijze af te laten slachten. De God van Israël heette oorspronkelijk El. (Isra-el) Er zijn inscripties gevonden waaruit blijkt dat El een oppergod was
van een groot pantheon aan goden, waaronder JHWH (Jahwe). Het lijkt erop dat El en JHWH op een gegeven moment zijn samengesmolten
tot de god die we kennen van het oude testament. In de inscripties (circa 1000-500 voor Christus) wordt de kanaänitische godin
Asjera in één adem genoemd met JHWH. Asjera is hier de echtgenote van JHWH maar ze wordt soms ook in verband gebracht met
Baäl. Naast de goden waarmee Jahwe met regelmaat strijd levert, bestaat er een groot aantal bovennatuurlijke wezens in het hemelrijk
van Jahwe. Dit hemelrijk waar christenen na hun dood heen denken te gaan lijkt één grote egotrip, gewijd aan Jahwe. Zo wordt
Hij dag en nacht luidkeels en zonder rustpauze aanbeden door een grote diversiteit aan mysterieuze wezens. Openbaringen 4:
‘En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen
rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.’ Niemand maakt mij wijs dat deze wezens dit uit vrije wil doen. De dictatuur in de hemel lijkt niet veel te verschillen
van die op de aarde. Naast dit soort wezens, wordt het hemelrijk bewoont door cherubs, serafs en geheimzinnige geesten die zich in opdracht
van Jahwe manifesteren als leugengeesten, om mensen te misleiden en tweedracht te veroorzaken. (Ik kom hier later nog op terug.) Adam en Eva kregen in het paradijs kennis van goed en kwaad, nadat ze door de slang (Lucifer) waren verleidt. Vóór het
eten van de verboden vrucht waren Adam en Eva naïeve wezens die naakt door een disneyworldachtig paradijs zwierven. Gespeend
van enig zelfbewustzijn waren ze, net als de dieren om hen heen; niet in staat om werkelijk te waarderen wat ze bezaten. Men
leert immers pas waarderen wat men heeft, (eeuwig leven, gezondheid, het paradijs) wanneer men het verliest, of wanneer in
ieder geval de mogelijkheid bestaat dat men het verliest. Het prachtigste paradijs is dus waardeloos als men de andere kant
van de medaille, het kwaad, de ellende, niet kent. Het kennen van goed en kwaad impliceert ook keuzevrijheid. Men kan zelf
kiezen welk pad men inslaat, wat een zeker risico inhoudt. Van gevaren en ellende kan men echter leren, waardoor men er wijzer
en sterker uitkomt. Voor het ontwikkelen van een sterke persoonlijkheid hebben we dus kennis van goed en kwaad nodig. Hetgeen
de slang deed, was daarom eigenlijk een daad van barmhartigheid. Hij verloste de mens van zijn naïeve, dierlijke staat. De
enige manier waarop dat kon was door het overbrengen van kennis. Hij verleidde Eva tot het eten van de boom van kennis van
goed en kwaad. Het eten van deze boom was door Jahwe verboden. Het verbod om van deze boom te eten lijkt hier synoniem te
staan voor een verbod op het vrije denken. Jahwe wilde duidelijk geen vrije mensen, waarschijnlijk omdat hij bang was dat
die zich tegen hem konden keren of dat ze zich tot andere goden zouden richten, daarom probeerde hij de mens onnozel en naïef
te houden. ‘Geef de mens brood en spelen; dat wil zeggen: ‘geef hen te eten en verlam hun geest met oppervlakkig
vermaak,’ dat lijkt de tactiek te zijn die Jahwe hier gebruikte om over de mens te heersen. De slang echter, wilde de
mens verheffen tot zijn eigen niveau, kennende goed en kwaad. Het lijkt erop dat hij niet de wens had om aanbeden te worden,
in tegenstelling tot Jahwe, die gezeten op zijn gouden troon in de hemel, vierentwintig uur per dag bejubeld wenst te worden
door sfinxen, serafs en cherubs. Wanneer de mens desondanks een hoog niveau van zelfbewustzijn heeft bereikt en brood en spelen niet meer afdoende zijn,
past Jahwe een andere tactiek toe om de heerschappij te behouden; namelijk die van ‘verdeel en heers.’ In het
beroemde verhaal over de toren van Babel (Genesis 11) komt dit heel duidelijk naar voren. De mensen leven hier in harmonie
en vrede met elkaar en spreken allen dezelfde taal. Om de eenheid van het volk te behouden roepen ze: ‘laten wij een
stad bouwen met een toren waarvan de spits tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden wij niet over de aardbodem
verspreid.’ Zodra Jahwe dit verneemt zegt Hij tot Zijn hemelse mede-conspirators: ‘Nu zijn ze één volk en spreken zij allen dezelfde
taal. Wat zij nu doen is nog maar een begin; later zal geen enkel van hun plannen meer te stuiten zijn. Laten Wij neerdalen
en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.’ Drie dingen vallen op in dit verhaal. Ten eerste blijkt dat de ‘almachtige’ schepper van het oneindige heelal,
een groepje mensen op een nietig planeetje, als een serieuze bedreiging voor Zijn soevereiniteit beschouwt. (‘later
zal geen van hun plannen meer te stuiten zijn’) Ten tweede; Jahwe is hier de veroorzaker van verdeeldheid, en niet Lucifer, satan of de slang. Ten derde; Jahwe spreekt in meervoud. (‘Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal.’) Tegen wie
spreekt Jahwe hier? Wellicht spreekt Hij tot de leugengeesten die in Zijn hemel woonachtig zijn. In 1 Koningen 22 vers 19
tot en met 23 wordt duidelijk hoe Jahwe opdracht geeft tot misleiding en bedrog en hoe Hij hiervoor een zogenaamde leugengeest
gebruikt: ‘Ik zag Jahwe, gezeten op zijn troon en heel het heir des hemels links en rechts om Hem heen. Jahwe vroeg:
‘Wie wil Achab misleiden, zodat hij oprukt naar Ramot in Gilead en daar sneuvelt?’ De een zei dit de ander dat.
Toen kwam eer een geest voor Jahwe staan en zei: ‘Ik zal hem misleiden. Jahwe vroeg hem: ‘Hoe?’ Hij antwoordde:
‘Ik ga erop uit en word een leugengeest in de mond van al zijn profeten. Toen zei Jahwe: ‘Door hem te misleiden
zult Gij over hem zegevieren. Ga en doet het.’ Welnu, Jahwe heeft een leugengeest gelegd in de mond van al uw profeten,
want Jahwe heeft tot uw ondergang besloten.’ (zie in dit verband ook 2 Kronieken 18:21) In het verhaal over de toren van Babel en 1 Koningen 22 over de leugengeest valt duidelijk op hoe verdorven Jahwe is. Hij
woont temidden van demonen, want dat zijn leugengeesten immers. Hij zaait twist en haat en sanctioneert bedrog. Verdeel en
heers is het principe volgens welke Hij heerst. Hij is een schepper van het kwaad. Vele bijbelauteurs waren zich hiervan bewust,
zoals men kan lezen in Klaagliederen 3 vers 38: ‘Ontstaat niet het goed en het kwaad op bevel van de allerhoogste.’ Job 2 vers 1: ‘Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?’ Job 12 vers 22: ‘Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwen brengt Hij voort in het licht.
Hij vermenigvuldigt de volken, en verderft ze; Hij breidt de volken uit, en leidt ze. Hij neemt het hart van de hoofden des
volks der aarde weg, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is. Zij tasten in de duisternis, waar geen licht is;
en Hij doet hen dwalen, als een dronkaard.’ Ook hier wordt weer heel duidelijk beschreven dat het Jahwe zélf is die de mens doet dwalen en niet Satan of Lucifer. Jahwe
wordt hier beschreven als de aanstichter van het kwaad en iemand waarvoor men bang moet zijn. Iets wat blijkt uit Amos 5 vers
18: ‘Wee hun die uitzien naar de dag van Jahwe! Wat zal die dag van Jahwe voor u zijn? Een dag van duisternis en niet
van licht, ja duisternis zal de dag van Jahwe zijn, geen licht. Nachtelijk donker, van alle licht verstoken.’ Ik denk dat nu wel duidelijk is wat voor een soort persoon Jahwe is. Hij heeft alle eigenschappen van een dictator, en
wel één met een ongelofelijke bloeddorst. Jahwe was geen vegetariër, wat duidelijk blijkt uit Ezechiël 24 vers 9; een scène
die niet zou misstaan in een roman van Clive Barker: ‘Daarom zegt Jahwe de Heer: ‘Wee de bloedstad. Ik ga een
groot vuur aanleggen Breng veel hout bijeen, ontsteek het vuur, breng het vlees aan de kook, laat het vleesnat verdampen en
de kluiven verbranden.’ Ongeveer tweeduizend jaar geleden kreeg de carrière van Jahwe een geheel nieuwe wending. Er leefde in deze tijd een man
waarvan door sommigen werd beweerd dat Hij de zoon van Jahwe was. De naam van deze man was Jezus Christus. Volgens de overleveringen
werd Hij maagdelijk geboren in een stal in Bethlehem. Over Zijn jeugd is weinig bekend en over de periode tussen Zijn twaalfde
en dertigste levensjaar vrijwel niets. Alleen in het evangelie van Lucas is over deze periode van zijn leven de volgende passage
te vinden: Lucas 2 vers 52: ‘En met de jaren nam Jezus toe in Wijsheid en welgevalligheid bij God en bij de mensen.’ Toch denk ik dat deze uitspraak gekleurd is door het ontzag dat de volgelingen van Jezus voor Hem hadden. Soms getuigden
de uitspraken van Jezus van wijsheid en scherpzinnigheid. Zoals bij een door de Farizeeën geleide hetze tegenover een overspelige
vrouw in Johannes 8 vers 7. De Farizeeën dreigen haar te stenigen, waarop Jezus zegt: ‘Wie van u zonder zonden is, werpe
de eerste steen.’ Echter, meestal getuigen de uitspraken en daden van Jezus van agressie, grootheidswaanzin of racisme. De duistere kant
van Jezus komt naar boven in Mattheus 10 vers 34: ‘Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde;
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’ In Lucas 19 vers 27 gebruikt Jezus in een gelijkenis de volgende woorden: ‘Doch deze mijn vijanden, die niet hebben
gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.’ Dat hij het echt meent blijkt uit de volgende uitspraken. In Lucas 22 vers 36 zegt Jezus tot Zijn discipelen dat zij zich
moeten bewapenen: ‘Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; En die geen heeft, die verkope
zijn kleed, en kope een zwaard.’ Een paar verzen verder in Lucas 22 vers 49 heeft Jezus weer even een helder moment.
Als Zijn discipelen hun zojuist gekochte zwaarden willen gebruiken zegt Hij in Mattheus 26 vers 52 het volgende: ‘Keer
uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.’ Hij is hier echter te laat mee. Eén van Zijn discipelen hakt het oor af van één van de soldaten die Jezus wil arresteren,
waarop Jezus het oor weer geneest. Het mag niet baten, de soldaten nemen Hem mee. Het proces leidt uiteindelijk tot de doodstraf.
Het is alsof Hij in Mattheus 26 vers 52 over zichzelf gesproken heeft. Het is de vraag of de straf terecht was. Bovenstaande
bijbelcitaten laten zien dat Jezus oproept tot dodelijk geweld. Dat Hij geweld niet vreest bewijst Hij tijdens de tempelreiniging
in Johannes 2 vers 13: ‘En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem. En Hij vond in den tempel,
die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende. En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef
Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen
om.’ Jezus maakt zich hier schuldig aan vandalisme, dierenmishandeling en openlijke geweldpleging met voorbedachten rade. Naast
deze delicten maakt Jezus zich in Mattheus 18 vers 8 ook nog eens schuldig aan het stimuleren van automutilatie bij Zijn volgelingen:
‘indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel
of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden. En indien uw oog u ergert,
trekt het uit, en werpt het van u. Het is u beter, maar een oog hebbende, tot het leven in te gaan, dan twee ogen hebbende,
in het helse vuur geworpen te worden.’ Ook racisme is Hem niet vreemd zoals men kan zien in Mattheus 15 vers 22: ‘En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen
komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.
Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: ‘Laat haar van U;
want zij roept ons na.’ Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis
Israëls. En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij! Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood
der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen.’ Dat Hij de dochter alsnog geneest, neemt niet weg dat deze opmerking getuigt van racistische sentimenten. Even samenvattend; zijn de gezamenlijke strafbare feiten als, het doen van racistische uitspraken, dierenmishandeling,
mishandeling van mensen met voorbedachten rade, het opruien van menigten tot gewapend verzet, vandalisme en het stimuleren
van automutilatie (zelfverminking), genoeg om iemand ter dood te veroordelen? In de tijd waarin Jezus leefde waarschijnlijk
wel. Hij moet voor de gezagsdragers van die tijd een enorme lastpak zijn geweest. Als Hij in de moderne tijd geleefd zou hebben
zouden er echter vele verzachtende omstandigheden zijn geweest. Waarschijnlijk zou men Hem in een psychiatrische inrichting
hebben opgenomen. Er zijn vele aanwijzingen te vinden dat Hij geestelijk niet helemaal spoorde. De vervloeking van de vijgenboom
in Marcus 11 vers 12 is zo’n aanwijzing: ‘En des anderen daags, als zij uit Bethanië gingen, hongerde Hem. En
ziende van verre een vijgenboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij
gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven:
Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid!’ Het schelden op een boom omdat die in de winter geen vruchten draagt, is geen daad die de ‘volmaakte’ verlosser
van de wereld siert. Een paar verzen later volgt de gewelddadige reiniging van de tempel; een incident dat ik reeds besproken
heb. Naast de zojuist genoemde misdrijven is er nog een andere reden waarom de gezagsdragers van die tijd Jezus als een gevaar
voor de maatschappij zagen. Hij maakte zich schuldig aan sektevorming. Hij weerhield Zijn volgelingen er namelijk van, contacten
te onderhouden met hun familie. Dit blijkt duidelijk uit verzen als Mattheus 4 vers 35: ‘Want Ik ben gekomen, om den
mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.
En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet
waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt,
is Mijns niet waardig.’ Een ander voorbeeld vinden we in Lucas 14 vers 26 waar Jezus zelfs van Zijn volgelingen verwacht dat zij hun familieleden
haten: Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja,
ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.’ Het is een kenmerk van sekten dat volgelingen weerhouden worden van persoonlijke contacten buiten de groep. Bovendien wordt
de buitenwereld afgeschilderd als zijnde vijandig tegenover de groep. Mattheus 10 vers 21 is één van de vele verzen waar dit
in gebeurt: ‘En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen
zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig
zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.’ Het wordt pas echt levensgevaarlijk als een sekteleider spreekt over het einde der tijden, vooral wanneer dit einde in
zicht is. Mattheus 24 vers 34 is één van de verzen waaruit blijkt dat Jezus er zelf van overtuigd is dat het einde der tijden
nabij is. Hij kondigt een lange reeks verschrikkingen aan en eindigt met: ‘Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins
voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.’ Zie in dit verband ook Lukas 21 vers 32, Markus 13 vers 30 en Mattheus 10 vers 23: ‘Wanneer zij u dan in deze stad
vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israëls niet geëindigd hebben, of
de Zoon des mensen zal gekomen zijn.’ Het is eng als een sekteleider over het einde der tijden begint. Mensen die het einde der tijden verwachten kunnen vaak
rare dingen doen. Vooral als de leider al omstreden is vanwege mishandeling en het oproepen tot geweld. Tegenwoordig worden
mensen die hier te ver in gaan opgesloten, maar in oude tijden kruisigden ze dergelijke mensen. Na de kruisiging van Christus ontstonden er vele op Zijn ideeën gebaseerde sekten en splintergroeperingen, die elkaar te
vuur en te zwaard bestreden. Er waren onder andere gnostici, volgelingen van de apostel Paulus en radicale, wettische groeperingen.
Hoewel veel van deze sekten weinig meer gemeen hadden met de oorspronkelijke leer van Jahwe, is duidelijk te zien dat de geest
van deze god nog steeds rondspookte. In de delen van het nieuwe testament, zoals bijvoorbeeld de brieven van Paulus, waarin gebeurtenissen na de dood van Jezus
staan beschreven, komt de aard van Jahwe zo nu en dan naar boven. Het meest onschuldig zijn de bedreigingen met oudtestamentische plagen, waar de gelovigen bang mee worden gemaakt om te
voorkomen dat men van de leer afwijkt. 1 Corinthe 10 vers 8: ‘Laten wij geen ontucht bedrijven zoals sommigen van hen;
op één dag vielen er drieëntwintigduizend. Laten wij Christus niet tarten, zoals sommigen van hen gedaan hebben: zij kwamen
om door de slangen.’ Dat God Zijn dreigementen daadwerkelijk uitvoert zien we in Handelingen 5, waar een man genaamd Ananias, in overleg met
zijn vrouw Saffira, een stuk grond verkoopt. Ananias en Saffira houden echter een gedeelte van de opbrengst achter en brengen
slechts een gedeelte naar de apostelen, waarop Petrus zegt: ‘Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij
den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands? Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht
zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen,
maar Gode. En Ananias, deze woorden horende, viel neder en gaf den geest. En er kwam grote vrees over allen, die dit hoorden.
En de jongelingen, opstaande, schikten hem toe, en droegen hem uit, en begroeven hem. En het was omtrent drie uren daarna,
dat ook zijn vrouw daar inkwam, niet wetende, wat er geschied was; En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gijlieden het
land voor zoveel verkocht? En zij zeide: Ja, voor zoveel. En Petrus zeide tot haar: Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd
te verzoeken den Geest des Heeren? Zie, de voeten dergenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u uitdragen.
En zij viel terstond neder voor zijn voeten, en gaf den geest. En de jongelingen ingekomen zijnde, vonden haar dood en droegen
ze uit, en begroeven haar bij haar man. En er kwam grote vreze over de gehele Gemeente, en over allen, die dit hoorden.’ Er worden hier twee mensen door middel van goddelijke interventie gedood, en waarbij het natuurlijk de bedoeling is dat
er een flinke dosis angst wordt ingeboezemd. Slavernij is ook nog steeds toegestaan gezien een tekst als efeze 6 vers 5: ‘Slaven, weest uw aardse meesters gehoorzaam
met eerbied en in eenvoud des harten, als gold uw onderdanigheid Christus zelf.’ Het vrouwonvriendelijke karakter van Jahwe komt ook hier weer duidelijk naar voren, net als in het oude testament. Vooral
de apostel Paulus maakt het weer erg bont. Keer op keer wordt er op gewezen dat vrouwen onderdanig dienen te zijn aan de man
en voornamelijk bedoeld zijn om kinderen te baren, zoals bijvoorbeeld blijkt uit 1 timótheüs 2 vers 11: ‘Een vrouw late
zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar
wil, dat zij in stilheid zij. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid
zijnde, is in overtreding geweest. Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde,
en heiligmaking, met matigheid.’ Ook in efeze 5 vers 22 worden vrouwen geacht onderdanig te zijn: ‘Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig,
gelijk aan den Heere; want de man is het hoofd der vrouw.’ (zie ook Kolossenzen 3 vers 18) In 1 corinthe 14 vers 34 wordt vrouwen verboden te spreken in de kerk: ‘Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want
het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zij iets willen leren,
laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken.’ 1 corinthe 11 vers 7 degradeert de vrouw tot lustobject: ‘Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het
beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans. Vrouwen zijn in het nieuwe testament nog steeds tweederangs mensen, net als in het oude testament. En net als in het oude
testament maakt God nog steeds gebruik van een leugengeest, althans zo gelooft de auteur van 2 Thessalonica 2 vers 11: ‘En
daarom zendt God hen een geest van dwaling, zodat zij geloof hechten aan de leugen.’ De apostel Paulus is de stichter van het huidige christendom en heeft de angel van de wet uit de leer van Jezus verwijderd.
De ideeën van Jezus stonden mijlen ver af van wat Paulus predikte. Jezus geloofde in de zelfredzaamheid van de mens, wat blijkt
uit Matheus 7 vers 13, waarin Jezus zegt: ‘Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg die tot
het verderf leidt en weinigen zijn er die hem vinden.’ In Matheus 5 vers 48 zegt Jezus hetzelfde met andere woorden: ‘Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemelen volmaakt
is.’ Hij was tevens trouw aan de wet, zoals die beschreven staat in het oude testament. In Mattheus 5 vers 17 laat Jezus geen
enkele twijfel bestaan omtrent Zijn standpunt betreffende de wet: ‘Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten
te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde
voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied. Zo wie dan een
van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk
der hemelen.’ Paulus zegt precies het tegenovergestelde in Romeinen 3 vers 28: ‘Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof
gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.’ (In onder andere Galaten 2 vers 16 en Romeinen 3 vers 21 zegt hij
iets soortgelijks.) Paulus heeft de mozaïsche wetten uit het oude testament ontbonden en zodoende een gevaarlijke angel verwijdert. Hij heeft
er echter een angel voor in de plaats gesteld die minstens zo gevaarlijk is. Alle uitspraken van Jezus over de wet worden
door Paulus en zijn opvolgers (de kerken) weggeëxegetiseerd. Daarvoor in de plaats komt een leer die zegt: ‘Geloof in
de Heer en alles komt goed.’ Daarnaast worden de teksten waarin Jezus oproept tot geweld, verzwegen en afgezwakt, of
goedgepraat omdat Hij de zoon van God was. De praatjes van Jezus die in de kraam van de kerk van pas komen, zoals ‘Wie
u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe,’ worden te pas en te onpas gebruikt. De gelovige wordt vermaand om bovenal gehoorzaam te zijn. Het kind moet gehoorzaam zijn aan de ouders. De vrouw moet zich
in alle onderdanigheid schikken naar de wil van de man. (zie vorige ) De slaaf moet zijn meester gehoorzamen. (efeze 6 vers
5) En de man en zijn gezin moeten de overheid gehoorzamen. (Titus 3 vers 1: ‘Vermaan hen, dat zij aan de overheden en
machten onderdanig zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn,’) Deze leer maakt mensen kritiekloos en lui op intellectueel gebied. Aan de andere kant roept zij mensen op om vooral hard
te werken, (het liefst in ‘het zweet des aanschijns’) en keurig de belasting te betalen. In de hiërarchie van
dit systeem worden de onderdanen geacht gehoorzaam te zijn, de andere wang toe te keren wanneer men geslagen wordt en niet
terug te vragen wat gestolen wordt. (1 petrus 2 vers 18: ‘Slaven, aanvaardt met gepaste onderwerping het gezag van uw
meesters, niet alleen als zij zijn goed en vriendelijk, ook als zij lastig zijn. Want met God in gedachten onverdiend leed
verdragen is iets moois.’) De meesters leggen iedereen het zwijgen op door, als het hun uitkomt, te zeggen: ‘oordeel niet, dan zult gij niet
geoordeeld worden.’ In dit piramidesysteem vindt men slaaf, kind en vrouw op de onderste trede, zij zijn verantwoording schuldig aan hun meester,
ouders of man. De man is arbeider, werkt in het zweet des aanschijns en is verantwoording schuldig aan zijn baas. De baas
is op zijn beurt weer verantwoording schuldig aan de overheid, die op haar beurt weer verantwoording schuldig is aan de kerk.
(Gelukkig niet meer in de meeste westerse landen, waar immers scheiding is tussen kerk en staat) De kerk bevindt zich op de één na hoogste trede van de piramide en is alleen verantwoording schuldig aan Jahwe; de God
van de joden. Hij wordt aanbeden door de heidenen, die elkaar uitmoorden in Zijn naam, zodat Zijn uitverkoren volk dat niet
meer hoeft te doen. Er wordt nog net zo veel gemoord in Zijn naam dan voorheen door het volk van Israël werd gedaan, omdat
de daders altijd wegkomen met geluiden als: ‘gelooft in den Heer, en uw zonden worden vergeven,’ of ‘gaat
heen en zondigt niet weer.’ Het ‘verdeel en heers’ principe dat Jahwe in het oude testament toepaste, is nog steeds van kracht, hetzij
op een geheel andere manier. De christelijke leer is zo opgebouwd, dat mensen die een andere godsdienst aanhangen, de leer
in twijfel durven te trekken of zich van de kerk afscheiden, als subversief worden beschouwd. Zij worden gezien als ‘kinderen
van Satan’ of ‘dienaren van de duisternis’. Zodra andersdenkenden als demonen worden gezien, is het gemakkelijker
om ze af te slachten. Ik zal een aantal voorbeelden noemen, en zoals Jezus zelf al zei: ‘Een goede boom kan geen kwade
vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.’ Oordeelt u zelf! ‘Sla ze allemaal dood! God kent de zijnen!’ zegt pauselijke legaat Amalric tegen de kruisvaarders tijdens de
Katharenvervolging. ‘Ga op weg naar het heilige land, ruk het uit de handen van het misdadige volk, onderwerp het!’ zegt Urbanus
Martinus VI: ‘Bedenk dat het om de godsdienst gaat en dat voor God geen offer aangenamer is dan het bloed van Zijn
vijanden.’ Pius V: ‘Martel uw vader, moeder, broers en zusters zonder medelijden, dood en verbrand hen ongenadig als ze zich
niet blindelings onderwerpen aan de Roomse apostolische Kerk. Tref al wie door jullie spionnen wordt aangewezen, schuldig
of onschuldig, want het is beter honderd onschuldigen te doden dan Pius V, over de Nederlandse Gereformeerden: ‘Verdrink al die bezetenen in een zee van bloed. Laat het vuur en het
zwaard deze vruchtbare vlakten en hoogmoedige steden veranderen in een woestijn, opdat de gelovigen uw ijver toejuichen en
zich verheugen in de triomf van het geloof.’ Kardinaal Lépicier, professor in de theologie te Rome zegt in 1908: ‘Als iemand in het openbaar ketterijen verkondigt
of anderen door woorden of door zijn voorbeeld probeert te misleiden, dan mag hij niet alleen geëxcommuniceerd, maar terecht
gedood worden, opdat zijn slecht en besmettelijk voorbeeld niet de ondergang van velen met zich mee zou brengen.’ De geseculariseerde, ‘moderne’ christenen en vele evangelische christenen, noch de naar syncretisme neigende
New Age christenen, zullen zich aangesproken voelen door hetgeen ik hier schrijf. Maar dergelijke gruwelijke dingen gebeuren
nog steeds in landen waar de archaïsche en hiërarchische piramidestructuur nog intact is. In Ierland is er nog steeds oorlog
tussen protestanten en katholieken. Tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië, is nog niet lang geleden op zeer grote
schaal genocide gepleegd door orthodox-christelijke Serviërs. In Oeganda is het christelijke ‘verzetsleger van de Heer’
actief, dat moslimjongetjes dwingt hun ouders te vermoorden en hun zusjes te verkrachten. De christelijke presidenten van
de grootste supermacht in de wereld bombarderen derdewereldlanden, om hun macht te verbreiden. Terwijl veel kerken halsstarrig
ten strijde trekken tegen abortus en euthanasie, (sommige individuen gaan zelfs zover, dat ze artsen vermoorden) verlenen
ze hun steun aan deze oorlogen, die veel meer onschuldige mensen de dood in jagen. Ik hoor de ‘moderne’ christen denken: ‘Deze mensen zijn geen christenen, Jezus verkondigde een leer van
liefde.’ De moderne christen wil echter niet horen van de tegenstrijdigheden in de woorden en daden van Jezus; tegenstrijdigheden
die naar mijn idee duidelijk aantonen dat Jezus leed aan manisch depressieve psychosen, die gepaard gingen met hallucinaties. De moderne christen wil niet horen dat Jezus gewelddadig was, Zijn volgelingen opriep tot gewapend geweld, mensen aanspoorde
tot automutilatie, zich schuldig maakte aan racisme en dierenmishandeling, en Zijn volgelingen het contact met hun familie
verbood waardoor Hij zich schuldig maakte aan sektevorming. De moderne christen hoort liever de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in plaats van de verzen die de ‘vervloeking
van de vijgenboom’ behandelen. Hij luistert liever naar het verhaal over de wonderbaarlijke spijziging, dan naar de
psalmen uit het oude testament waarin geroepen wordt: ‘geprezen is hij, die grijpt en verplettert uw kinderen tegen
den rots!’ De moderne ‘christen’ wil niet horen van de misogyne uitspraken van de apostel Paulus. Zij wil niet horen dat
zij volgens Paulus onderdanig moet zijn aan haar man. Ze wil niet horen dat zij stil moet zijn in de kerk en alleen iets mag
zeggen wanneer haar iets wordt gevraagd. Zij wil niet weten dat zij slechts ‘de heerlijkheid van haar man is.’
Zij hoort liever over de zogenaamde ‘wijsheid’ van koning Salomo, dan over zijn ‘harem’ van zevenhonderd
vrouwen en driehonderd concubines, of te wel seksslavinnen. (1 Koningen 11 vers 3) Een treffend voorbeeld van Salomo’s
‘wijsheid’ is trouwens te vinden in 1 koningen 3 vers 25 waar Salomo bij een ruzie tussen twee vrouwen, een kind
levend doormidden wil laten snijden om aan te tonen welke van de twee vrouwen de moeder is. Éénmaal raden van wie hij deze
bizarre vorm van ‘wijsheid’ heeft ontvangen. De piramidestructuur die eindigt bij God, maakt de mens kritiekloos tenopzichte van zijn meesters. De indoctrinatie gaat
verder door de mens angst in te boezemen. Zoals in het oude testament de jood bang werd gemaakt voor de wraak van Jahwe, zo
wordt de christen bang gemaakt voor het leven na de dood. ‘Wee degene die niet gelooft, hij zal eeuwig branden in de
hel, waar het geween is en tandengeknars.’ Dit is een extra motivatie voor de gelovigen om anderen te bekeren, want men wil niet dat dierbare vrienden en familieleden
naar de hel gaan. Naast het inboezemen van angst, zegt men dat de aard van de mens van nature slecht en verdorven is en dat
men daarom voor zijn zielenheil afhankelijk is van Christus, die stierf aan het kruis en daardoor onze zonden op zich nam. In Romeinen 3 vers 9 schrijft Paulus over de verdorven staat van de mens: ‘Wat dan? Zijn wij uitnemender? Ganselijk
niet; want wij hebben tevoren beschuldigd beiden Joden en heidenen, dat zij allen onder de zonde zijn; gelijk geschreven is:
Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.’ Romeinen 7 vers 24 is één van de vele verzen waarin Paulus verklaart dat Jezus de enige weg is tot het eeuwige leven: ‘Rampzalige
mens die ik ben! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? God zij gedankt door Jezus Christus onze Heer!’ Naast het instellen van de piramidestructuur, het inboezemen van angst en het aanpraten van een minderwaardigheidscomplex,
wordt de gelovige een schuldgevoel in de schoenen geschoven. ‘Christus stierf voor jou aan het kruis, Hij leed verschrikkelijke
pijnen, en dat allemaal voor jou.’ Door constant met deze teksten te hameren, wordt een schuldcomplex gecreëerd, waardoor de gelovigen volharden in hun geloof,
en de ongelovigen die er gevoelig voor zijn over de streep worden getrokken. Door deze indoctrinatie worden mensen uiteindelijk
beroofd van hun autonomie. Ze worden als schapen. De geschriften die het levensverhaal van Jezus behandelen zijn pas lang na Zijn dood geschreven, en vertonen onderling
discrepanties. Paulus was geslepen en vervormde de waandenkbeelden van Jezus, tot de christelijke leer waarvan ik de kwaadaardigheid heb
geprobeerd aan te tonen. Hoe is het mogelijk dat het gif uit de angel van Jahwe nog steeds werkzaam is en nog steeds zoveel verderf zaait in de
wereld . Het verschil tussen Jahwe en de andere vier voorbeelden is dat op Jahwe een religie is gebaseerd en op de anderen
niet. Bovendien worden de vier voorbeelden niet anders voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn; ze zijn goed, of ze zijn
slecht. Bij Jahwe ligt het anders; Hij wordt voorgesteld als zijnde goed, terwijl Hij in werkelijkheid in en in slecht is.
Hij is de mensenmoordenaar van den beginne! En wat gebeurt er wanneer het verdorven en agressieve karakter van een persoonlijkheid
als verheven en goed wordt voorgesteld, en dit als religieus dogma wordt gepresenteerd? Het is logisch dat de menselijke psyche hier door ontregeld wordt. Het resultaat kunt u bewonderen in de geschiedenisboeken,
terwijl u zojuist in het vorige een voorproefje hebt genoten van de misdaden van de kerk. Vijftienhonderd jaar heeft de wetenschap
stil gestaan en is de wereld geterroriseerd door bijgeloof. Ik wil hier niet verder over uitweiden, ik heb hier reeds genoeg
over gezegd. Hoe zit het dan met Lucifer, de Morgenster? Lucifer komt slechts twee keer voor in de bijbel. Ezechiël 28 vers 11, 19 ‘Gij waart een paradijswezen, vol van wijsheid, en uitermate schoon. Gij waart in Eden, de
tuin van God; om u heen een omheining van edelstenen: van robijn, topaas en jaspis, chrysoliet, kornalijn en onyx, saffier,
karbonkel en smaragd. Van goud waren de sieraden waarmee gij getooid waart op de dag dat u geschapen werd waren ze gereed.
Gij waart een cherub met uitgespreide vleugels; tot bewaker had ik u aangesteld. De heilige berg van God was uw verblijfplaats.
Daar wandelde gij temidden van flonkerende stenen. Onberispelijk was uw gedrag op de dag dat ge geschapen werd, maar later
zijt ge tot zonde vervallen. Bij uw uitgebreide handel zijt ge van de ene geweldpleging tot de andere gekomen. Vanwege uw
zonden zal ik u van de berg van God wegslaan. Zal ik u, cherub, die ik tot bewaker had aangesteld, verjagen uit de tuin met
de flonkerende stenen. Ge waart trots op uw schoonheid; uw pronkzucht heeft uw wijsheid ten val gebracht. Daarom zal ik u
ter aarde werpen.’ Jesaja 14 vers 12 ‘Hoe zijt gij uit de hemel neergestort. Morgenster, (Lucifer) zoon van de dageraad! Daar ligt gij
neergesmakt in de onderwereld, overwinnaar der volken! Gij hebt bij u zelf gedacht: ‘Ik klim naar de hemel, hoog boven
Gods sterren plaats ik mijn troon; zetelen zal ik op de berg waar de ‘goden’ samenkomen, op de hoogste toppen
van de Safon. Ik stijg hoog op de wolken en word aan de Allerhoogste gelijk. Maar nu zijt gij in het dodenrijk geworpen; in
het diepst van de afgrond.’ We kunnen uit deze bijbelverzen weinig opmaken, wat bruikbaar is voor de beoordeling van Lucifer. Er wordt niet echt duidelijk
gemaakt wat voor zonden Lucifer precies begaan heeft. Het enige dat we eruit op kunnen maken is dat hij gelijk wou zijn aan
Jahwe, hetgeen ik niet echt als een halsmisdaad beschouw; het is naar mijn mening helemaal niet zo erg dat iemand deze wrede,
megalomane god van Zijn troon wilde stoten. De misdaden van Lucifer kunnen immers nooit zo erg zijn als die van Jahwe. Ligt
Lucifer werkelijk neergesmakt in de onderwereld? Als met Lucifer werkelijk dezelfde persoon wordt bedoeld als de slang uit
het paradijs, dan is hij degene geweest die de mens van zijn naïeve, dierlijke staat heeft bevrijd en wordt zijn persoonlijkheid
hier gebruikt als metafoor voor ‘het licht van de rede;’ hét instrument om kennis te vergaren. Alleen wordt in
dít verhaal het verlangen en zoeken naar kennis door middel van de rede, voorgesteld als zijnde slecht en verdorven. Dan dienen
we ons af te vragen; welk soort persoon heeft er belang bij om mensen dom en naïef te houden? Inderdaad….. De dictator!! Het zijn de koningen van Israël en de priesterskaste van Jahwe geweest, die de rede hebben vertrapt onder hun sandalen.
De christelijke kerk heeft het overgenomen met gebruik van de psychologische trucs die ik beschreven heb in het vorige . En
inderdaad,… deze trucs hebben Lucifer neergesmakt in de onderwereld van onze geest. Indien het klopt dat Lucifer dezelfde persoon is als de slang, is het van zeer groot belang dat Lucifer als archetype in
ere hersteld wordt. Lucifer is vanuit deze optiek het archetype van de rebel die strijdt voor de vrijheid van de mens en van
het denken. Jahwe zie ik als het archetype van de naijverige en oorlogzuchtige persoonlijkheid; het archetype van de dictator; de personificatie
van…. Het kwaad zelve! |
![]() |
![]() |
![]() |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
![]() |
||||
![]() |
||||
![]() |
||||